Gerechten nl a Wanneer de tijdsduur is verstreken klinkt er een ge- Ў → "Materiлle schade vermijden", Pagina 6 Ў → "Magnetronvermogen", Pagina 10 Ў → "Vormen en accessoires met magnetron", Pagina 15 Vereiste: Let op de informatie bij de betreffende func- tie. → "Instelmogelijkheden met magnetron", Pagina 16 1. In het menu op de gewenste functie drukken. 2. De instellingen voor de functie invoeren, bijv. ver- luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwij- zing dat de werking is beлindigd. 10. Wanneer de tijdsduur is verstreken: ‒ Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten. ‒ Schakel het apparaat uit met wanneer het ge- recht klaar is. 11.
Wanneer er zich in de binnenruimte condens heeft gevormd, droog dan de binnenruimte. → "Drogen", Pagina 25 Opmerking: Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik, wordt de werking stopgezet. Als u de ap- paraatdeur sluit, moet u de werking voortzetten. Heeft u de basisinstelling hiervoor gewijzigd, zorg er dan voor dat de magnetron niet verder loopt terwijl hij leeg is. → "Basisinstellingen", Pagina 19 warmingsmethode en temperatuur. 3. Op "Bijgeschakelde magnetron" drukken. 4. Het magnetronvermogen met de instelring instellen. 5. Om het ingestelde magnetronvermogen te bevesti- gen, op het display op drukken. 6. Op "Tijdsduur" drukken en de tijdsduur instellen. 7.
Start de werking met . a Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur Magnetronvermogen wijzigen U kunt het magnetronvermogen te allen tijde wijzigen. 1. Op het display op drukken. 2. Op het magnetronvermogen drukken. 3. Het magnetronvermogen met de instelring wijzigen. 4. Om de wijziging te bevestigen, op het display op loopt af. a Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge- luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwij- zing dat de werking is beлindigd. 8. Wanneer de tijdsduur is verstreken: ‒ Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten. ‒ Schakel het apparaat uit met wanneer het ge- recht klaar is. drukken.
a De wijziging wordt overgenomen. Tijdsduur wijzigen U kunt de tijdsduur altijd wijzigen. 1. Op het display op drukken. 2. Op de tijdsduur drukken. 3. De tijdsduur met de instelring wijzigen. 4. Om de wijziging te bevestigen, op het display op Bijgeschakelde magnetron wijzigen U kunt de bijgeschakelde magnetron altijd wijzigen of deactiveren. 1. Op het display op drukken. 2. Op het magnetronvermogen drukken. 3. De bijgeschakelde magnetron met de instelring wij- drukken. a De wijziging wordt overgenomen. zigen of deactiveren. 4. Om de wijziging te bevestigen, op het display op drukken. a De wijziging wordt overgenomen. 10.4 Magnetron bijschakelen instellen Opmerking:
Zorg voor de juiste omgang met de magnetron: Ў → "Veiligheid", Pagina 2 11 Gerechten Met de functie "Gerechten" helpt u uw apparaat bij de bereiding van verschillende gerechten en kiest u auto- matisch de optimale instellingen. Opmerking: Bij sommige gerechten schakelt het appa- raat de magnetron in. Er verschijnt een aanwijzing op het display dat een voor de magnetron geschikte vorm dient te worden gebruikt. → "Vormen en accessoires met magnetron", Pagina 15 11.1 Vormen voor gerechten Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en de grootte van de vorm. Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor temperaturen tot 300°C.
Vormen van glas of glaskera- miek zijn het meest geschikt. Braadstukken moeten de bodem van de vorm voor ca. 2/3 bedekken. Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt: Ў licht gekleurd, glanzend aluminium Ў niet geglazuurde klei Ў Kunststof of kunststof grepen 11.2 Instelmogelijkheden van de gerechten Om de gerechten optimaal te bereiden, gebruikt het apparaat, al naar gelang het gerecht, verschillende in- stellingen. Op het display ziet u de gebruikte instellingen. Bepaal- de instellingen kunt u aanpassen. Volg de aanwijzingen op het display. Opmerking: Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen.
Ge- bruik verse levensmiddelen, het best op koelkasttem- peratuur. Diepvriesgerechten direct uit het diepvriesvak gebruiken. 17