Bosch — 5.3 Magnetronvermogen

nl Functies Sym- bool Verwarmingsmetho- de Temperatuurbe- reik Gebruik en werkwijze Grill, groot Grillstanden: 1 = zwak 2 = gemiddeld 3 = sterk Platte producten, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerech- ten gratineren. Het hele oppervlak onder de grill wordt heet. Grill, klein Grillstanden: 1 = zwak 2 = gemiddeld 3 = sterk Kleine hoeveelheden grillen, zoals steak, worstjes of toast. Kleine hoeveelheden gratineren. Het middelste oppervlak onder de grill wordt heet. Pizzastand 30 - 275°C Pizza's of gerechten klaarmaken die veel warmte van onderen nodig hebben. Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingsele- ment aan de achterwand zijn ingeschakeld.

Intensieve warmte 30 - 300°C Gerechten met een knapperige bodem bereiden. De hitte komt van boven en bijzonder sterk van onderen. Langzaam garen 70 - 120°C Kort aangebraden, mals vlees in open vormen voorzichtig en langzaam garen. De warmte komt bij een lage temperatuur gelijkmatig van boven en van onderen. Ontdooien 30 - 60°C Bevroren etenswaar voorzichtig ontdooien. Drogen 30 - 130°C Kruiden, fruit of groente drogen. Onderwarmte 30 - 250°C Gerechten nabakken of au bain-marie bereiden. De warmte komt van onderen. Warmhouden 50 - 100°C Gerechten die al klaar zijn warmhouden. Servies voorverwar- men 30 - 90°C Servies voorverwarmen. 5.2 Temperatuur Opmerking:

Door thermische traagheid kan de weer- gegeven temperatuur een beetje afwijken van de wer- kelijke temperatuur in de binnenruimte. Tijdens het opwarmen kunt u op het display bij de meeste verwarmingsmethoden de actuele temperatuur in de binnenruimte vanaf ca. 30°C en de ingestelde temperatuur boven elkaar aflezen. Wanneer u voorverwarmt, is het optimale moment om de gerechten in de oven te doen bereikt, zodra de aan- gegeven temperatuur in de binnenruimte en de inge- stelde temperatuur gelijk zijn. Restwarmte-indicatie Als het apparaat is uitgeschakeld, geeft een rode lijn rond de bedieningsring de restwarmte in de binnen- ruimte aan.

Hoe verder de temperatuur daalt, hoe don- kerder de ring wordt. Vanaf ca. 60°C gaat de ring hele- maal uit. 5.3 Magnetronvermogen Hier vindt u een overzicht van de magnetronvermogens en het gebruik ervan. De magnetronvermogens zijn standen en komen niet altijd overeen met het precieze aantal Watt dat door het appa- raat wordt gebruikt. Magnetronvermogen in watt Maximale duur in uur Gebruik 90 W 1:30 Gevoelige gerechten ontdooien. 180 W 1:30 Gerechten ontdooien en verder bereiden. 360 W 1:30 Vlees en vis bereiden. Gevoelige gerechten opwarmen. 600 W 1:30 Gerechten verwarmen en bereiden. 900 W "Boost" 0:30 Verwarmen van vloeistoffen. Opmerking:

Het maximale magnetronvermogen "Boost" is niet bedoeld voor het verwarmen van ge- rechten. Ter bescherming van het apparaat wordt het maximale vermogen van de magnetron gedurende de eerste minuten trapsgewijs tot 600 W gereduceerd. Het maximale vermogen is na een afkoelperiode weer be- schikbaar. 12