3. Houd uw apparaat in het midden van de draadloze oplaadstandaard tijdens het draadloos opladen. Als het apparaat niet meteen begint met opladen, pas de positie van het apparaat aan totdat het oplaadicoontje verschijnt (zie de afeelding hieronder voor het correct plaatsen van het apparaat). 4. Als het LED-indicatielampje groen knippert, is er een fout opgetreden in de draadloze oplaadstandaard en zijn de beschermende maatregelen geactiveerd. Controleer of er zich metalen voorwerpen bevinden op de oplaadstandaard. Als dit het geval is, verwijder deze en controleer of de oplaadstandaard verder gaat met opladen.
Als het probleem zich blijf voordoen, neem dan contact op met de klantenserviceafdeling. Voorzorgsmaatregelen Als u de oplaadstandaard gebruikt om een apparaat met een beschermingshoesje draadloos op te laden, zorg er dan voor dat het hoesje niet van metaal is en een dikte heef van 4 mm of minder. De oplaadstandaard niet blootstellen aan druk of schokken. De oplaadstandaard niet uit elkaar halen of aanpassen. Houd de oplaadstandaard uit de buurt van vuur en dompel deze niet onder in water. Gebruik deze oplaadstandaard niet in extreem hete, vochtige, of corrosieve omgevingen om schade aan het elektrische circuit te voorkomen.
Plaats geen kaarten met een magnetische strip of chip (zoals een ID-kaart of bankpas) in de buurt van of op de oplaadstandaard om beschadiging van de kaart te voorkomen. Houd tenminste 20 cm afstand tussen geпmplanteerde medische apparaten (pacemakers, cochleaire implantaten) en de oplaadstandaard om mogelijk storing van de medische apparaten te voorkomen. De oplaadstandaard is geen speelgoed. Houd het uit de buurt van kinderen. Om een betere oplaadprestatie te bereiken, voorkom dat u het gebruikt op plaatsen met hoge temperaturen of waar de warmte niet weg kan, zoals op beddengoed of muismaten. 23