Bosch — Inhoudsopgave

nl Inhoudsopgave 1 Veiligheid..................................... 4 1.1 Algemene aanwijzingen ............ 4 1.2 Bestemming van het appa- 7.3 Machine uitschakelen.............. 17 7.4 Temperatuur instellen.............. 17 raat ............................................ 4 1.3 Inperking van de gebruikers ..... 4 1.4 Veiliger transport ....................... 4 1.5 Veilige installatie........................ 5 1.6 Veilig gebruik............................. 6 1.7 Beschadigd apparaat................ 8 8 Extra functies ............................ 17 8.1 Superkoelen ........................... 17 8.2 Automatisch Supervriezen....... 17 8.3 Handmatig Supervriezen.........

18 8.4 Vakantiemodus........................ 18 8.5 Energiebesparingsmodus ....... 18 8.6 Versmodus .............................. 19 8.7 Sabbat-modus ......................... 19 2 Het voorkomen van materiлle schade ....................................... 10 9 Alarm.......................................... 19 9.1 Deuralarm................................ 19 9.2 Temperatuuralarm ................... 19 3 Milieubescherming en bespa- ring............................................. 10 3.1 Afvoeren van de verpakking ... 10 3.2 Energie besparen.................... 10 10 Koelvak.................................... 20 10.1 Tips voor het bewaren van 4 Opstellen en aansluiten............

11 4.1 Leveringsomvang .................... 11 4.2 Criteria voor de opstellocatie .. 11 4.3 Apparaat monteren ................. 12 4.4 Het apparaat voor het eerste levensmiddelen in het koel- vak......................................... 20 10.2 Koudezones in het koelvak... 20 gebruik voorbereiden .............. 12 4.5 Apparaat elektrisch aanslui- 11 Vriesvak................................... 21 11.1 Invriescapaciteit..................... 21 11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken .............................. 21 11.3 Tips voor het bewaren van 5 Uw apparaat leren kennen........ 13 5.1 Apparaat.................................. 13 5.2 Bedieningspaneel....................

14 ten............................................ 12 levensmiddelen in het vries- vak......................................... 21 11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen............ 21 11.5 Houdbaarheid van de diep- 6 Uitrusting................................... 15 6.1 Legplateau............................... 15 6.2 Variabel legplateau.................. 15 6.3 Flessenrek ............................... 15 6.4 Bewaarlade.............................. 15 6.5 Groente- en fruitlade................ 15 6.6 Boter- en kaasvak ................... 16 6.7 Variabel deurrek...................... 16 6.8 Accessoires............................. 16 vrieswaren bij −18 °C ...........

22 11.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren ...................... 22 12 Ontdooien................................ 22 12.1 Ontdooien in het vriesvak ..... 22 13 Reiniging en onderhoud......... 22 13.1 Apparaat voorbereiden 7 De Bediening in essentie.......... 16 7.1 Apparaat inschakelen.............. 16 7.2 Opmerkingen bij het gebruik .. 17 voor reiniging......................... 22 13.2 Apparaat schoonmaken........ 23 2