nl Functies Sym- bool Verwarmingsmetho- de Temperatuurbe- reik Gebruik en werkwijze Grill, groot Grillstanden: 1 = zwak 2 = gemiddeld 3 = sterk Platte producten, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerech- ten gratineren. Het hele oppervlak onder de grill wordt heet. Grill, klein Grillstanden: 1 = zwak 2 = gemiddeld 3 = sterk Kleine hoeveelheden grillen, zoals steak, worstjes of toast. Kleine hoeveelheden gratineren. Het middelste oppervlak onder de grill wordt heet. Pizzastand 30 - 250°C Pizza's of gerechten klaarmaken die veel warmte van onderen nodig hebben. Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingsele- ment aan de achterwand zijn ingeschakeld.
Intensieve warmte 30 - 250°C Gerechten met een knapperige bodem bereiden. De hitte komt van boven en bijzonder sterk van onderen. Langzaam garen 70 - 120°C Kort aangebraden, mals vlees in open vormen voorzichtig en langzaam garen. De warmte komt bij een lage temperatuur gelijkmatig van boven en van onderen. Drogen 30 - 130°C Kruiden, fruit of groente drogen. Onderwarmte 30 - 250°C Gerechten nabakken of au bain-marie bereiden. De warmte komt van onderen. Warmhouden 50 - 100°C Gerechten die al klaar zijn warmhouden. Servies voorverwar- men 30 - 90°C Servies voorverwarmen. Stoommethoden De stoommethoden vindt u in het menu onder "Stoom".
Sym- bool Verwarmingsmetho- de Temperatuurbe- reik Gebruik en werkwijze Ontdooien 30 - 60°C Bevroren etenswaar voorzichtig ontdooien. Regenereren 80 - 180°C Schotels en bakwaren behoedzaam opnieuw opwarmen. Door de toegevoerde stoom drogen de gerechten niet uit. Stomen Plus 30 - 120°C Voorzichtig stomen van groente, vlees, vis en granen. Fruit uit- persen. Levensmiddelen blancheren. Om de bereidingstijd te verkorten kunnen stevige levensmidde- len bij temperaturen hoger dan 100°C worden gestoomd. Sous-vide 50 - 95°C Vlees, vis, groente en desserts onder vacuьm bereiden, bij lage temperaturen en met 100 % stoom. Deeg laten rijzen 30 - 50°C Gistdeeg laten rijzen.
Het deeg rijst duidelijk sneller dan bij kamertemperatuur. Het op- pervlak van het deeg droogt niet uit. 5.2 Temperatuur Opmerking: Door thermische traagheid kan de weer- gegeven temperatuur een beetje afwijken van de wer- kelijke temperatuur in de binnenruimte. Tijdens het opwarmen kunt u op het display bij de meeste verwarmingsmethoden de actuele temperatuur in de binnenruimte vanaf ca. 30°C en de ingestelde temperatuur boven elkaar aflezen. Wanneer u voorverwarmt, is het optimale moment om de gerechten in de oven te doen bereikt, zodra de aan- gegeven temperatuur in de binnenruimte en de inge- stelde temperatuur gelijk zijn.
Restwarmte-indicatie Als het apparaat is uitgeschakeld, geeft een rode lijn rond de bedieningsring de restwarmte in de binnen- ruimte aan. Hoe verder de temperatuur daalt, hoe don- kerder de ring wordt. Vanaf ca. 60°C gaat de ring hele- maal uit. 10