Bosch — 20.1 Reinigingsondersteuning instellen

nl Reinigingsondersteuning U kunt uw apparaat zoals gebruikelijk gebruiken. Het reinigingsadvies verschijnt echter zo lang op het dis- play tot u de reinigingsfunctie volledig hebt uitgevoerd. Opmerking: Is het apparaat voortijdig verontreinigd, bijv. door vethoudend gevogelte of vlees, of als er don- kere vlekken op de zelfreinigende oppervlakken ont- staan, wacht dan niet met de reinigingsfunctie tot de aanwijzing op het display verschijnt. Hoe vaker u de reinigingsfunctie gebruikt, hoe langer het reinigingsver- mogen van de zelfreinigende oppervlakken behouden blijft. Opmerking: De ovenlamp brandt niet tijdens de reini- gingsfunctie. Vereiste:

→ "Apparaat voor de reinigingsfunctie voor- bereiden", Pagina 32 . 1. Druk in het menu op "Reiniging". 2. Op ⁠ "EcoClean" drukken. De tijdsduur van 1 uur kan niet worden gewijzigd. Het tijdstip waarop de werking moet zijn afgerond, kunt u verschuiven. → "Einde instellen", Pagina 16 3. Op drukken. a Op het display verschijnt een aanwijzing voor de 19.2 Apparaat voor de reinigingsfunctie voorbereiden voorbereidingen die nodig zijn voor het reinigen. 4. De aanwijzing bevestigen. a De reinigingsfunctie start en de tijdsduur loopt af. a Wanneer de reiniging beлindigd is, klinkt er een sig- Om een goed reinigingsresultaat te verkrijgen, dient u het apparaat zorgvuldig voor te bereiden. LET OP!

Ovenspray op de zelfreinigende oppervlakken bescha- digt de oppervlakken. ▶ Geen ovenspray op de zelfreinigende oppervlakken gebruiken. Wanneer er toch ovenspray op deze op- pervlakken terechtkomt, direct afnemen met water en een vaatdoekje. Niet wrijven en geen schurende reinigingshulp gebruiken. 1. Haal de accessoires en vormen uit de binnenruimte. 2. De rekjes losmaken en uit de binnenruimte nemen. naal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de werking is beлindigd. 5. Schakel het apparaat uit met ⁠. 6. → "Apparaat na de reinigingsfunctie gebruiksklaar maken", Pagina 32 . 19.4 Apparaat na de reinigingsfunctie gebruiksklaar maken 1. Laat het apparaat afkoelen. 2.

Veeg de binnenruimte met een vochtige doek → "Rekjes", Pagina 38 3. Grove verontreinigingen met zeepsop en een zachte schoon. Opmerking: Op de zelfreinigende oppervlakken kunnen vlekken ontstaan. Resten van suikers en ei- witten in levensmiddelen worden niet afgebroken en blijven hechten aan de oppervlakken. Roodachtige vlekken zijn resten van zouthoudende levensmidde- len, de vlekken zijn geen roest. De vlekken zijn niet gevaarlijk voor de gezondheid. De vlekken hebben geen invloed op het reinigende vermogen van de zelfreinigende oppervlakken. 3. De rekjes inhangen. doek verwijderen:

– van de bodem van de binnenruimte – van de apparaatdeur binnen – van de glazen afdekplaat van de ovenlamp Zo voorkomt u niet verwijderbare vlekken. 4. Voorwerpen uit de binnenruimte halen. De binnen- ruimte moet leeg zijn. 19.3 Reinigingsfunctie instellen Ventileer de keuken zolang de reinigingsfunctie actief is. → "Rekjes", Pagina 38 WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden! De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tij- dens het reinigen. ▶ Nooit de apparaatdeur aanraken. ▶ Het apparaat laten afkoelen. ▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. 20 Reinigingsondersteuning De reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor de reiniging van de binnenruimte tussendoor.

De reinigingsondersteuning weekt verontreinigingen door het verdampen van zeepsop in. Verontreinigingen kun- nen vervolgens gemakkelijker worden verwijderd. Opmerking: De ovenlamp brandt niet tijdens de reini- gingsondersteuning. Vereiste: De binnenruimte is volledig afgekoeld. 1. Verwijder de accessoires uit de binnenruimte. 2. LET OP! Gebruik van gedestilleerd water in de binnenruimte leidt tot corrosie. ▶ Geen gedestilleerd water gebruiken. 0,4 l water met een druppel afwasmiddel mengen en in het midden op de bodem van de binnenruimte gieten. 3. In het menu op "Reiniging" drukken. 4. Op ⁠ "Reinigingsondersteuning" drukken.

20.1 Reinigingsondersteuning instellen WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden! Door water in de hete binnenruimte kan hete water- damp ontstaan. ▶ Nooit water in de hete binnenruimte gieten. 32