Uw apparaat leren kennen nl Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig mogelijk. Laat diepgevroren producten vyyr de bereiding ont- dooien. en het apparaat hoeft niet na te verwarmen. Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel bakken. Ў De temperatuur in de binnenruimte blijft constant voedsel te ontdooien. Het display in de basisinstellingen uitschakelen. → "Basisinstellingen", Pagina 24 Ў Hierdoor wordt bespaard op de energie om het Ў De binnenruimte is na de eerste keer bakken opge- Ў Er wordt energie bespaard wanneer het display warmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat vervolgens wordt gebakken korter.
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen. wordt uitgeschakeld. Twee glazen of kopjes met vloeistof tegelijkertijd ver- warmen. Ў Het opwarmen van meerdere gerechten tegelijker- te bereiden. Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnen- ruimte. Ў De restwarmte is voldoende om het gerecht verder tijd vraagt minder energie dan het verwarmen van meerdere gerechten na elkaar. Opmerking: Het apparaat verbruikt: Ў in netwerkgebonden stand-by max. 2 W Ў in niet netwerkgebonden stand-by met uitgescha- keld display max. 0,5 W Ў Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te worden.
4 Uw apparaat leren kennen 4.1 Bedieningspaneel 4.2 Knoppen Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw ap- paraat instellen en informatie krijgen over de gebruiks- toestand. Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm. Met de knoppen kiest u de verschillende functies di- rect. Knop Functie Apparaat in- of uitschakelen. → "De Bediening in essentie", Pagina 14 Functie magnetron direct kiezen. → "Magnetron", Pagina 17 Functiekeuze-menu openen. → "Functies", Pagina 10 Werking starten of onderbreken. → "De Bediening in essentie", Pagina 14 Indicatie voor Home Connect. Het veld heeft geen andere functie.
Als het symbool brandt, is het apparaat verbonden. → "Home Connect ", Pagina 26 1 2 2 4.3 Display 1 Display met instelring Via het display stelt u met behulp van de digita- le instelring het apparaat in. U ziet de actuele instelwaarden, keuzemogelijk- heden of aanwijzingsteksten. → "Display", Pagina 9 2 Knoppen Met de knoppen stelt u de verschillende func- ties direct in. → "Knoppen", Pagina 9 Het display is in verschillende gebieden onderverdeeld. Digitale instelring Met de digitale instelring op het display verandert u de instelwaarden. Wanneer u bij een instelling de minimale of maximale waarde heeft bereikt, blijft deze waarde op het display staan.
Draai indien nodig de waarde met de instelring weer terug. Fijne instelwaarden Om fijne instelwaarden in te stellen, bijv. op de minuut nauwkeurige tijd, het betreffende gebied in de instelring ca. 1 - 2 seconden ingedrukt houden. De fijnere instel- waarden worden in punten weergegeven. 9