nl Accessoires Sym- bool Verwarmingsmetho- de Temperatuurbe- reik Gebruik en werkwijze Eventuele extra functies Grill, klein Grillstanden: 1 = zwak 2 = gemiddeld 3 = sterk Kleine hoeveelheden grillen, zoals steak, worstjes of toast. Kleine hoeveelheden gratineren. Het middelste oppervlak onder de grill wordt heet. Pizzastand 30 - 275 °C Pizza's of gerechten klaarmaken die warmte van onderen nodig hebben. Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingsele- ment aan de achterwand zijn ingeschakeld. Langzaam garen 70 - 120 °C Kort aangebraden, mals vlees in open vormen voorzichtig en langzaam garen. De warmte komt bij een lage temperatuur gelijkmatig van boven en van onderen.
Onderwarmte 30 - 250 °C Gerechten nabakken of au bain-marie bereiden. De warmte komt van onderen. Ontdooien 30 - 60 °C Bevroren etenswaar voorzichtig ontdooien. Warm houden 60 - 100 °C Gegaarde gerechten warmhouden. Servies voorverwar- men 30 - 70 °C Servies voorverwarmen. 6 Accessoires Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. Opmerking: Wanneer de accessoires heet worden, kunnen deze vervormen. De vervorming heeft geen in- vloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer na- dat de accessoires zijn afgekoeld. De meegeleverde accessoires kunnen variлren, afhan- kelijk van het type apparaat.
Accessoires Gebruik Rooster Ў Bakvormen Ў Ovenschalen Ў Vormen Ў Vlees, bijv. braad- of grillstukken Ў Diepvriesgerechten Braadslede Ў Vochtig gebak Ў Gebak Ў Brood Ў Grote braadstukken Ў Diepvriesgerechten Ў Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet bij het grillen op het rooster. Bakplaat Ў Plaatgebak Ў Klein gebak Braadthermometer Nauwkeurig braden of garen. → "Braadthermometer", Pagina 15 10