Bosch — 5.1 Verwarmingsmethoden

Functies nl 5 Functies Hier krijgt u een overzicht van de hoofd- en andere functies van uw apparaat. Om het menu te openen op ⁠ drukken. Functie Gebruik Reinigen Reinigingsfunctie voor de binnenruimte kiezen. → "Reinigingsfunctie Pyrolyse", Pagina 22 → "Reinigingsondersteuning", Pagina 23 Basisinstel- lingen Functie Gebruik Verwar- mingsme- thoden Fijn afgestemde verwarmingsmethoden voor een optimale bereiding van uw ge- rechten kiezen. → "Verwarmingsmethoden", Pagina 9 Assist Geprogrammeerde, aanbevolen instel- lingen voor verschillende gerechten ge- bruiken. → "Assist", Pagina 17 Basisinstellingen aanpassen.

Basisinstellingen → Pagina 19 5.1 Verwarmingsmethoden Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de verschillen en toepassingen. Aan de hand van de afzonderlijke symbolen ziet u om welke verwarmingsmethoden het gaat. Wanneer u een verwarmingsmethode kiest, stelt het ap- paraat u een passende temperatuur of stand voor. U kunt de waarde overnemen of wijzigen in het weerge- geven gebied. Bij temperatuurinstellingen boven 275 °C en grillstand 3 verlaagt het apparaat de temperatuur na ca. 40 mi- nuten tot ca. 275 °C resp. grillstand 1.

Sym- bool Verwarmingsmetho- de Temperatuurbe- reik Gebruik en werkwijze Eventuele extra functies 4D hete lucht 30 - 275 °C Op ййn of meer niveaus bakken of braden. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingsele- ment aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Boven- en onder- warmte 30 - 300 °C Traditioneel bakken of braden op ййn niveau. De verwarmings- methode is bijzonder geschikt voor gebak met vochtige bedek- king. De warmte komt gelijkmatig van onderen en van boven. Hetelucht Eco 30 - 275 °C Gekozen gerechten zonder voorverwarmen op een niveau voor- zichtig garen.

De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingsele- ment aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het pro- duct wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte. Het meest doeltreffend is de verwarmingsmodus tussen 125 - 275 °C. Houd de deur van het apparaat tijdens het bereiden gesloten. Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het ener- gieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energieklasse ge- bruikt. Boven- en onder- warmte Eco 30 - 300 °C Gekozen gerechten voorzichtig garen. De warmte komt van boven en van onderen. Het meest doeltreffend is de verwarmingsmodus tussen 150-250 °C.

Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energieverbruik in de conventionele modus. Circulatiegrillen 30 - 300 °C Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden. Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator wervelt de hete lucht rond het gerecht. Grill, groot Grillstanden: 1 = zwak 2 = gemiddeld 3 = sterk Platte grillstukken, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerech- ten gratineren. Het hele oppervlak onder de grill wordt heet. 9