CLAAS SCORPION 9055 7055 7050 7044 7035 7030 6035 6030 — CLAAS SCORPION 9055 7055 7050 7044 7035 7030 6035 6030 User Manual

SMART HANDLING en terugstellen van de bak. SMART HANDLING en terugstellen van de bak. 1 Terugstellen van de bak Stapelmodus met geпntegreerd verticaal heffen. Bakmodus. Trilfunctie. Terugstellen van de bak. De bakmodus is de perfecte manier voor het verladen van Met behulp van de trilfunctie kan de bak moeiteloos en In de joystick is het automatisch terugstellen van de bak De de stapelmodus worden exacte hef- en daalbewegingen mogelijk door de verticale heffunctie. De werktuigendrager en stortgoed. De werkbewegingen, zakken en intrekken van de telescooparm worden parallel uitgevoerd. eenvoudig worden geleegd.

Vooral bij natte of kleverige materialen zoals stalmest, compost of aarde is de trilfunctie, in geпntegreerd en vergemakkelijkt het dagelijkse werk. Na het opslaan van een gewenste positie van de werktuigdrager kan daarmee de lading worden bij het heffen en zakken langs een combinatie met de grote storthoek, een echte verlichting van deze altijd met een druk op de knop van de joystick weer verticale lijn geleid. Daarom is de stapelmodus met verticaal heffen de ideale methode voor stapel werkzaamheden. In de bakmodus wordt bij het zakken van het laadsysteem de telescooparm altijd automatisch ingetrokken, onafhankelijk van het werk. worden opgeroepen.

de hefhoogte en belasting van het laadsysteem. Het intrekken De trilfunctie wordt geactiveerd door een combinatie van De bestuurder wordt duidelijk ontlast. Vooral in combinatie Het voordeel is duidelijk: de bestuurder hoeft geen kan worden overstuurd, tot de overbelastingsgrens is bereikt. toetsen op de joystick. Zodra de modus is ingeschakeld, kan met de afzonderlijke SMART HANDLING functies zorgt de handmatige correcties met de joystick uit te voeren voor het heffen en zakken.

Het automatisch intrekken tijdens het Bij het bereiken van de overbelastingslimiet kunnen alle functies, behalve het uitschuiven van de telecooparm, zonder door een opkiep- of uitkiepbeweging de trilrichting naar omhoog of omlaag worden worden bepaald. Tijdens het trillen automaat voor aanmerkelijke verlichting van het werk. neerlaten van het laadsysteem kan worden overstuurd tot de onderbreking worden uitgevoerd. kan de telescooparm nog steeds gelijktijdig worden in- en overbelastingslimiet is bereikt. Bovendien wordt de hefsnelheid van het laadsysteem automatisch aangepast aan uitgeschoven. de belasting. 30 31